Winkelwagen
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen

Viña Carmen

Het wijnhuis: Carmen Vineyards

Carmen is de oudste van de nu nog in de Chileense wijnbouw actieve bodega’s. Het huis is in 1850 opgericht door Chistian Lanz, die de wijnmakerij heeft benoemd naar zijn geliefde vrouw Carmen. Tot 1987 leidde het een vrij onopvallend bestaan. Toen werd het echter overgenomen door de Claro familie, als mede-eigenaar ook betrokken bij bedrijven als Santa Rita en Los Vascos. Er kon flink worden geïnvesteerd, en men maakte van de gelegenheid gebruik om een van de modernste wijnbedrijven van Chili neer te zetten. In 1994 is de druivensoort carménère herontdekt in de wijngaarden van Carmen. Lang werd gedacht dat deze druivensoort was uitgestorven, vanwege de druifluis, maar onderzoek wees uit dat de druif nog wel degelijk stond aangeplant in de Alta Maipo Valley wijngaarden van Carmen. Sinds de herontdekking is de carménère druif uitgegroeid tot de kenmerkende soort voor de Chileense wijnbouw. Door de bouw aan de voet van het Andesgebergte konden de nieuwe kelders vanuit het wijnhuis zo worden geconstrueerd dat alle bewegingen met de wijn slechts onder invloed van de zwaartekracht plaatsvinden. Het gebruik van pompen, die de wijn op de een of andere manier toch ‘beschadigen’, minder van kwaliteit maken, wordt op deze manier volledig vermeden. 

De basis van het succes van Carmen ligt echter niet eens in de hypermoderne installaties, maar in de wijngaard. Ook het professionele team van oenologen, onder leiding van María del Pilar González, speelt uiteraard een belangrijke rol bij het tot stand komen van de kwaliteitswijnen. Met de komst, begin jaren ’90, werd het accent gelegd op de kwaliteit van de druiven door de jonge wijnmaker Alvaro Espinoza. Nu wijnmaakster Emily Faulconer het premium assortiment van Carmen heeft overgenomen, ligt de nadruk op het maken van wijnen met een eigen identiteit en het redden van de waarde van het terroir waar ze vandaan komen. Wijnmaakster Emily Faulconer studeerde landbouwingenieur aan de Universidad Católica de Chile. Ze werkte in wijnhuizen in de Verenigde Staten (Cakebread Cellars), Nieuw-Zeeland (Trinity Hill Winery) en Frankrijk (Chateau Canon). Faulconer heeft ook eerder als hoofd wijnmaker gewerkt in Viña Arboleda, waar zij de wijnbouw- en wijnbouwgebieden leidde, en de nadruk legde op de productie van goede wijnen met een gevoel van oorsprong.

Het gebied: Chili

Chili is een plantenkas, waarvan God het dak is vergeten’. Het is een geliefde beeldspraak van de Chilenen om aan te geven hoe perfect het klimaat in hun langgerekte land is. De koude Hulmboldtstroom voor de kust zorgt ’s zomers voor een aflandige wind, resulterend in een weertype met continu droog weer en zon. Ideaal voor de wijnbouw, als er maar voldoende water voorhanden is. En dat is er: van de Andes komen ruime hoeveelheden smeltwater. Zonder dat water zou Chili heel wat meer woestijn hebben dan de Atacama-woestijn, die zich langs de kust bevindt. Deze natuurlijke omstandigheden, vooral het zeer droge klimaat, zorgen voor een minimum aan ziekten die de druiven in gematigde streken zo plagen. Dat betekent dat voor het maken van de wijnen een geringe hoeveelheid bestrijdingsmiddelen nodig is, en dat biologisch wijnmaken hier binnen handbereik is.

Al met de komst van de Spanjaarden in de 16e eeuw werden de grote mogelijkheden van dit fraaie land onderkend. De veroveraars namen de druivenstok mee, gewend als ze waren aan het drinken van wijn. In de loop van de 19e eeuw kwamen Franse druivensoorten in de mode. Grote landeigenaren haalden hun druivenstokken uit Frankrijk, waarmee de aanplant van Cabernet-Sauvignon, Merlot, Chardonnay en Sauvignon Blanc een feit werd. Toch werd tot ver in de twintigste eeuw geen aansluiting gevonden met de wijnen van de wereldmarkt. Chilenen dronken de wijnen voornamelijk zelf op, en hun smaak was totaal anders dan die in de Verenigde Staten en West-Europa. Zij prefereerden wijnen met een oxidatief karakter, waarbij fruit en sap danig achterwege blijven. Na het verdwijnen van de junta in de jaren tachtig, veranderde de situatie drastisch. De grenzen gingen open en buitenlandse investeerders stroomden toe, in navolging van de Spaanse wijngigant Torres. Zij gebruikten de Franse druivensoorten om moderne, fruitige wijnen mee te maken, perfect geschikt voor de export naar de dorstige westerse markten. In enkele jaren veroverde Chili een vooraanstaande plaats op de wereldmarkt voor wijn. De overvloedige zon zorgt voor krachtige, moderne en aromatische wijnen, die zeer de moeite waard zijn om te proeven.